Balans

Op een balans moet je stil staan anders kiept ie. Dus waarom zouden we er naar streven om in balans te zijn, dat is het zelfde als streven naar niets doen, naar stil staan. Dat leidt dus nergens toe.

Volmaakt zijn is ook een soort evenwicht dat tot stilstand leidt.

Ook al wil je sommige fouten helemaal niet maken, van fouten leer je.  Je moet niet weten,  je moet zoeken.

Engels in het hoger onderwijs

Mensen die zich in een aantal talen goed kunnen uitdrukken hebben mijn grote bewondering en hebben een grote voorsprong in allerlei situaties, zowel in het sociale verkeer als op de arbeidsmarkt.

Ik betreur het nog steeds dat mijn opleiding geheel in het Nederlands was en ik nooit goed heb geleerd, noch gedurfd om andere talen dan het Nederlands  met hetzelfde gemak te gebruiken.

Engels in het onderwijs: zeker doen dus, heel goed als studenten leren zich in het Engels uit te drukken op hun vakgebied .

Sommige mensen echter overdrijven. Wat ergernissen:

  • Zo nemen mensen automatisch als ze een woordje Engels spreken de onhandige Angelsaksische gewoonte over om de tijd uit te drukken in a.m. en p.m. in plaats van de handige Europese tijdrekening die door telt tot 24.00 uur.
  • Dat er in het Engels op een merkwaardige wijze met meervoud en enkelvoud en bijbehorende werkwoorden wordt omgesprongen, dat moet dan maar. Maar waarom data in het Nederlands dan ook enkelvoud moeten zijn is mij een raadsel. Studenten denken waarschijnlijk dat ze heel geleerd bezig zijn als ze ‘data is’ opschrijven in een Nederlandstalig onderzoeksverslag. Ook het begrip media wordt, vaak ook in de media zelf, regelmatig verbonden aan een werkwoord in enkelvoud. Sprekers en schrijvers die zich daaraan schuldig maken geven er feitelijk blijk van totaal niet te begrijpen wat het begrip inhoudt.
  • Getalsnotaties zijn een ander probleempje. Hoeveel is 1,000? Op zijn Europees 1 of op zijn Angelsaksisch 1000? Ik stel voor dat daar in de VN een besluit over wordt genomen.

University Colleges

University Colleges bieden hun studenten de mogelijkheid om zich breed te blijven ontwikkelen, in literatuur, sociologie, psychologie en wis- en natuurkunde, bijvoorbeeld. Een verlengde middelbare school, stel ik me er bij voor, maar dan zonder woordjes leren. Je mag er veel projecten uitvoeren en eindeloos opstellen schrijven. Het moet heerlijk zijn om je niet meteen na je school te hoeven verdiepen in de thermodynamica of verzekeringskunde, maar nog een aantal jaren door te kunnen gaan met algehele vorming.  Studenten aan een University College worden ook flink uitgedaagd, ze moeten hard werken om aan alle eisen te kunnen voldoen. Verdieping in veel verschillende vakken en projecten en het schrijven van opstellen vraagt immers veel tijd en inspanning. Dat is volgens mij heel positief, niets werkt motiverender en geeft meer zelfvertrouwen dan intensief en hard werken, dat tot resultaat leidt.

Ik denk nu dat ik graag naar een University College was gegaan na mijn middelbare school. Dat denk ik nu, maar toen hoogstwaarschijnlijk niet.  Als 18 jarige wilde ik zelfstandig zijn, niet meer bij mijn ouders, maar dus ook niet intern in een college wonen. Ik wilde niet alleen maar studeren, maar ook leven en werken, ik wilde een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een rechtvaardige maatschappij. Het laatste waar ik toen op zat te wachten was een verlengde schooltijd.

Overigens, nu steeds meer studenten bij hun ouders thuis blijven wonen en het verschijnsel ouderdagen en voorlichting over de studie aan ouders aan veel opleidingen gemeengoed is geworden, is intern in een college wellicht al heel zelfstandig. En, ook overigens, is een deel van de opleiding binnen de University Colleges expliciet gericht op het leveren van bijdragen aan de maatschappij.

Een andere  serieuzer bedenking is echter dat het niet voor elke 18-jarige is weggelegd om alleen maar te studeren. De kosten voor inschrijving aan een University College zijn 10.000- 12.000 per jaar en er is geen ruimte voor bijbaantjes.  Om te voorkomen dat alleen welgestelden aan colleges kunnen studeren zou er serieus werk gemaakt moeten worden van beurzenprogramma’s.

nieuwe woorden

Verbazingwekkend hoe er opeens nieuwe woorden of woordbetekenissen opduiken. Wie verzint ze? Is er ergens een creatief bureau dat zo af en toe een woord de wereld in slingert om te kijken waar het landt? En hoe komt het dat ik altijd de laatste ben die op de hoogte gebracht wordt?

Escaleren

Op een hogeschool zijn er problemen met de toetsorganisatie, de tentamenzalen zijn niet in orde, studenten staan voor de verkeerde deur of staan niet op de lijst. Vervelend voor die studenten en daar moet natuurlijk iets aan gebeuren. Er volgen besprekingen en er worden wat rapportjes opgemaakt, maar het is nog niet opgelost. Dan: ‘We gaan dit punt escaleren’.. O jee, dacht ik, dit wordt dus een enorme ruzie en ik voelde me meteen schuldig, alsof ik het op mijn geweten had dat er een rel zou uitbreken. Escaleren is voor mij verbonden met supportersrellen tussen Ajax en Feijenoord aanhangers bij Beverwijk, waar doden zijn gevallen;  met burenruzies, waar mensen over straat rollen met de haren van de tegenstanders stevig in de vuist; en met familieleden die elkaar nooit meer zien nadat een meningsverschil uit de hand gelopen is.

Mijn angst was onterecht, escaleren is nu een term voor het onder de aandacht brengen van een probleem op een hoger niveau in de organisatie, telkens een trapje hoger zodat je bij het hoofdbestuur eindigt. De trappen van de hiërarchie beklimmen dus en niet het vuur opstoken onder een meningsverschil. Ik vind het wel een mooi gebruik van de term escaleren, maar het verwondert me dat het ineens deze betekenis heeft en dat iedereen dan net doet alsof dat al lang heel gebruikelijk is.

Co-creatie

Ik weet nog steeds niet wat het is co-creatie, maar kom het woord steeds vaker tegen. Een van de plaatsen waar het woord gebruikt wordt is een kader voor instellingsreviews, maar ik vind het nu ook terug in beschrijvingen van conferenties en symposia en studiegidsen. De eerste keer dat ik een bijeenkomst bijwoonde die volgens de omschrijving gericht was op co-creatie, had ik me ingesteld op  creatief knutselen, met propjes papier een mozaïek plakken, foto’s uit de krant knippen om je argumenten te onderbouwen, desnoods een power-point presentatie in elkaar zetten. Maar we bleken alleen maar toe te werken naar een gezamenlijke conclusie, dat was erg teleurstellend. Als ik het woord vertaal betekent het zoiets als samen scheppen, samenwerken dus met de bedoeling dat er iets tot stand komt. Helaas blijkt dat alleen maar een conclusie te zijn.

University College verrijking van de stad

Nu B en W van de gemeente Haarlem besloten hebben over te willen gaan tot de aankoop van de Koepelgevangenis en direct door te verkopen aan de stichting Panopticon wordt de kans dat er een University College in Haarlem komt aanmerkelijk vergroot. Panopticon wil er immers een University College in vestigen.

University Colleges bieden een brede Engelstalige bachelor-opleiding: Liberal Arts & Sciences. Studenten stellen zelf een programma samen uit aanbod in de geesteswetenschappen, sociale en exacte wetenschappen. Sommige University Colleges hebben daarbij nog een – extra – eigen profiel bijvoorbeeld in de technische wetenschappen of op het gebied van internationaal recht. University colleges bestaan al in verschillende universiteitssteden en in Middelburg. Een University College verzorgt intensief onderwijs en daagt de studenten om optimaal te presteren. Van de bezoeken die ik, als lid van een visitatiecommissie, mocht bijwonen aan deze Colleges werd ik altijd erg blij van het enthousiasme van studenten en docenten voor deze vorm en deze inhoud van onderwijs. De komst van een University College in Haarlem zou  een enorme verrijking voor de stad betekenen.

Taaie barrières

Taaie barrières

In 1984 publiceerde ik erover in het blad Universiteit en Hogeschool: in 1980 was 2,2% van de hoogleraren vrouw en dat was net ietsje minder dan in 1970 toen 2,7% van de hoogleraren vrouw was. Nu 33 jaar later is de positie van vrouwen in de wetenschap weliswaar verbeterd (17% van de hoogleraren is nu vrouw), maar het gaat tergend langzaam.  Er zijn verschillende metaforen in gebruik om te beschrijven wat vrouwen tegen houdt, zoals het glazen plafond, of de plakkerige vloer. Als er  al een metaforische substantie is die de vrouwen tegenhoudt zouden we die in ieder geval als taai moeten omschrijven.

De vraag waarom het zo lang duurt voordat vrouwen daadwerkelijk doordringen in de hogere posities in de wetenschap stelde ik ook in mijn proefschrift (2001). Ik concludeerde destijds op basis van een vergelijking tussen drie universiteiten en onderzoek onder 265 wetenschappers, dat er een aantal aspecten een rol speelt, één daarvan betreft schaarste. Hoe exclusiever een beroep hoe minder mogelijkheden om als relatieve buitenstaander door te dringen. Ook al is er een kleine toename van het aantal hooglerarenposities in de afgelopen 20 jaar, toch blijft het een relatief exclusief beroep. Volgens de gegevens van de VSNU zijn er in 2015 2611 fte aan hoogleraarsposities en 260.000 ingeschreven studenten. Er is veel te zeggen en te klagen over de financiering van het hoger onderwijs, over de slechte doorstroommogelijkheden, de gebrekkige carrièreperspectieven voor wetenschappelijk talent en over de verhouding tijdelijk en vast personeel. En dat geldt niet alleen voor de vrouwelijke talenten.  En het is nodig dat daar aandacht voor is, dat er nagedacht wordt over loopbaanbeleid in de wetenschap en over perspectief voor jongeren (zie ook: ‘Op het juiste moment op de juiste plaats. Waarom wetenschappelijk talent een wetenschappelijke carrière volgt’. Rathenau Instituut. Jan. 2011). Het is ook duidelijk dat het aandeel vrouwen in de hogere wetenschappelijke posities niet zomaar verandert als geld en arbeidsplaatsen schaars zijn. De maatregel van Jet Bussemaker om 100 hoogleraarsplaatsen voor vrouwen te financieren juich ik dan ook van harte toe. Het is een kleine druppel om de schaarste te verkleinen, een stap in de goede richting.

vergeten gezelschapsspelen

Het komt waarschijnlijk niet vaak meer voor dat een gezelschap bij elkaar zit en voor de gezelligheid of om de tijd te doden een spel doet zonder hulpmiddelen, zoals ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet’,  of ‘ik ga op reis en neem mee’,  of ‘noem een dier met een v’ . Ook een leuk spel, ik kan het iedereen aanraden: ‘noem de vijf meest overbodige beroepen’ en een variant daarop ‘de vijf meest noodzakelijke beroepen’.

Stip op 1 bij de vijf meest overbodige beroepen: de mensen die op de radio tussen de muziek door kletsen. Vroeger heette dat beroep disc jockey.  Geen idee hoe het nu heet, maar er wordt nog steeds irritant vaak door de muziek heen gepraat.

Daarnaast zijn er die beroepen die vervuld moeten worden omdat anders het land ineen stort: vuilnisophalers, onderwijzers, verplegers en verzorgers, schoonmakers.

Hoe is het mogelijk dat de laatsten nog niet een vijftiende deel verdienen van het salaris dat een compleet overbodige Giel Beelen krijgt van een uit publieke middelen betaalde omroep?

borgen en zorgen

Examencommissies hebben een wettelijk vastgelegde positie. Toch vinden zowel de leden van de examencommissies zelf als het management en de medewerkers van instellingen het lastig om die positie te erkennen.

Examencommissie staan voor het borgen van de kwaliteit van toetsen en afgestudeerden. Maar wat is borgen en hoe verhoudt zich dat tot zorgen. Het merendeel van de leden van de examencommissies is zelf docent. Deze leden zijn liever gericht op kwaliteitsverbetering (zorgen), dan op monitoring en controle (borgen).  Ook de opleiding en de docenten zijn meer gebaat bij adviezen hoe de kwaliteit van de toetsen te verbeteren, dan een stempel achteraf dat de toetsing voldoet aan de eisen. Maar hoe behoud je je autonome positie als je ook gericht bent op kwaliteitsverbetering vooraf?

Examencommissies hebben een autonome positie. Dat wil zeggen dat ze niet worden aangestuurd worden door de directie van de faculteit, maar hun eigen agenda bepalen en zelfstandig onderzoeken kunnen uitzetten en informatie kunnen opvragen. Het komt echter regelmatig voor dat management en docenten van een opleiding in paniek raken als de examencommissie van die autonome positie gebruik maakt om inderdaad informatie op te vragen zoals toetsdossiers, of toetsresultaten. Meer communicatie over de taken, de positie en de plannen van de examencommissie kan daarbij zeker helpen.

 

 

extern en toetsdeskundig

In de wet op het hoger onderwijs en in accreditatiekaders is het systeem van toetsing en daarmee ook de wijze waarop de examencommissie de kwaliteit van de toetsing in de hand heeft een prominent beoordelingscriterium.  Visitatiepanels moeten volgens het accreditatiekader toetsen of de examencommissies hun wettelijke taken op het gebied van kwaliteitszorg wel uitvoeren.  Voordat de ernst van deze zaak tot de instellingen was doorgedrongen werden al enkele opleidingen op de vingers getikt door visitatiepanels. Met als gevolg een onvoldoende.  Inmiddels wordt deze zaak welke ernstig genomen in alle instellingen en door de meeste opleidingen.  In de afgelopen paar jaar is het accent in de werkzaamheden van de examencommissies duidelijk veranderd. Voorheen stond de individuele gevalsbehandeling centraal, zoals de vaststelling van examenresultaten en de behandeling van fraudegevallen en beroepen en bezwaren. De laatste paar jaar is er een belangrijke taakverschuiving geweest richting de algemene kwaliteitsborging ten aanzien van toetsen en examineren. Uit onderzoeken blijkt dat  dat de meeste examencommissies het borgen van de examenkwaliteit  inmiddels tot hun takenpakket rekenen. Maar het valt nog niet mee om die taak goed uit te voeren, zeker niet met de geringe tijd die de leden van deze commissies voor het werk krijgen. En dan nog: hoe kun je nu bepalen dat de examens voldoende kwaliteit hebben, hoe maak je een toetsanalyse, hoe bepaal je de cesuur, is de validiteit en de betrouwbaarheid wel in orde, wat is het belang van toetsprogramma’s, toetmatrijzen, hoe voorkom je fraude en wat is een fraudeprotocol. Er komt nogal wat expertise bij kijken.  Ook speelt de vraag of de leden van de examencommissies wel voldoende afstand hebben om een onafhankelijk oordeel te vellen over de kwaliteit van de examens.  De examinatoren zijn immers vaak hun meest directe collega’s.  De lat is bij de examencommissies in betrekkelijk korte tijd beduidend hoger komen te liggen zowel wat betreft gevraagde expertise op het gebied van kwaliteit van toetsen, als wat betreft het vermogen om onafhankelijk te kunnen oordelen .

Inmiddels is per wet geregeld dat elke examencommissie een extern lid dient te hebben. Extern betekent niet uit dezelfde groep van opleidingen aan dezelfde instelling. Het werven van een extern lid biedt tevens een goede kans om ook meer toetsdeskundigheid in huis te halen.

Fraude

Gedreven door de hoge prestatiedruk in het hoger onderwijs, doen zowel studenten als medewerkers wel eens iets ‘onregelmatigs’ om tot een beter resultaat te komen, variërend van even bij de buurvrouw kijken of die hetzelfde antwoord geeft bij een multiple choice vraag tot aan het verzinnen van onderzoeksresultaten.

Fraude bij tentamens en examens willen we voorkomen omdat we er zeker van willen zijn dat de studenten individueel aan de eindkwalificaties voldoen, dat de prestaties aan de individuen toe zijn te schrijven.  De instelling  moet er voor kunnen instaan dat ze studenten aflevert die over de nodige kwalificaties beschikken.

Fraude willen we ook voorkomen omdat we rechtvaardigheid van belang vinden. Het mag niet zo zijn dat de ene student makkelijk zijn diploma krijgt en de andere er hard voor heeft gewerkt en over betere kwalificaties beschikt zonder dat dat tot uitdrukking komt in een hoger cijfer.

De laatste tijd komen steeds meer berichten naar buiten over wetenschappers die op zeer creatieve wijze hun onderzoeksresultaten aanvullen. Ook over de inventiviteit van studenten circuleren verhalen.  Hoe tijdens zogenaamde ‘ inkijkmomenten’ voor tentamens de ene student de toezichthoudende docent afleidt en de ander met een snelle acrobatische beweging een foto maakt van de toets. Of dat studenten afspreken allemaal een deel van de toets te onthouden en gezamenlijk de hele toets reconstrueren. Ook komt het voor dat studenten voor elkaar, dus met een vervalst identiteitsbewijs, een tentamen maken.

Eigenlijk hartverwarmende verhalen over samenwerking, creativiteit en oplossingsgericht denken. Studenten zijn blijkbaar bereid een hoop moeite voor elkaar te doen. Jammer dat dat niet mee mag tellen in de tentamencijfers. Misschien moeten we zoeken naar mogelijkheden om de kwaliteiten van deze studenten in te zetten in ‘regelmatigheden’ in plaats van in ‘onregelmatigheden’.